De vier (oud-)directeuren aan het woord

North Sea Round Town bestaat 15 jaar!

North Sea Round Town bestaat vijftien jaar! Vanaf 2005 heeft het festival duizenden concerten georganiseerd en mensen in de hele stad samengebracht om te genieten van jazzmuziek. Bijna vier jaar staat Michelle Wilderom aan het roer van het fringe festival. Hoe kijkt zij naar North Sea Round Town, en hoe blikken haar voorgangers terug op hun tijd als directeur?

Michelle Wilderom (huidig directeur)

“Bij mijn start kon ik goed uit de voeten met het sterke festivalprofiel dat mijn voorgangers hadden neergezet. Dat nodigde mij uit om met de programmering nog dieper de stad in te gaan, waardoor het festival sterk in omvang en spreiding is gegroeid. Al snel gingen we van 275 naar 425 concerten en kwamen er nieuwe partners bij zoals het Goethe-Institut, Verhalenhuis Belvédère en Dudok. Ook van een sportschool of moskee maken we concertlocaties, of eigenlijk zijn we meer samenwerkingspartners. Het gaat bij ons altijd om een samenwerkingsrelatie, wat betreft inhoud en presentatievorm. We zoeken daarmee steeds het onbekende op en komen zo nóg dichter bij de mensen in de wijk en brengen overal muziek. Op sociaal maatschappelijk gebied zijn we sterk uitgebreid en nieuwe samenwerkingen aangegaan. Naast concerten in verzorgingshuizen en Huizen in de Wijk organiseerden we afgelopen jaren onder meer optredens in het Oogziekenhuis, het Sophia Kinderziekenhuis, een AZC, een revalidatiecentrum voor gehandicapten. Ook is er een speciaal programma voor dove- en slechthorende kinderen, en komen we langs bij jeugddetentiecentra.

Verder zijn er de laatste jaren initiatieven en coproducties ontstaan met een hoogwaardig artistiek profiel waarbij musici en makers goed nadenken hoe we verassend kunnen zijn en wat nodig is voor de stad en de jazz. Bijvoorbeeld met een experimenteel nachtprogramma in De Rotterdam met uitzicht over de stad: een bijzondere formule met geïmproviseerde muziek op de lichtschakeringen van de nacht. Of het Artist in Focus programma, waar we een droomproject helpen realiseren van een muzikant die we centraal stellen met dit jaar Sun Mi Hong. Ook hebben we een klankconcert in gebedshuizen zoals een kerk of moskee gerealiseerd, en zijn er dit jaar plannen voor yoga op meditatieve live jazz in het Euromastpark. Dan ben ik ontzettend trots op het team en alle locatiepartners waarmee we dit samen doen. Al helemaal als je kijkt naar de huidige lastige periode die vol uitdagingen zit.

Ik wil met North Sea Round Town zo veel mogelijk mensen blij maken met de livemuziek die we brengen in de diepst vezels en verste uithoeken van stad. Daarnaast vind ik het belangrijk dat we als festival zorgdragen voor alle musici, makers en freelancers die achter de schermen zo enorm hard werken. Door ze kansen te bieden, fatsoenlijk te betalen (fair pay) en ze te ondersteunen waar nodig is; ze creatief uit te blijven dagen. Het festival beweegt als het ware mee op het ritme van de stad en de tijdgeest waarin we leven. Mijn hoop is dat we met elkaar – ondanks de huidige beperkingen – kansen aanpakken, continueren wat we hebben opgebouwd en blijven verbinden waar mogelijk.

Elke editie opnieuw leer ik veel van zowel de artiesten als van het publiek. Je zit drie weken lang zó dicht op iedereen; dat is heel puur. Het gaat niet alleen om een optreden dat je verzorgt, maar ook om de chemie tussen de mensen en de muzikanten. De reacties zijn direct zichtbaar. Je ziet kleine kinderen opspringen om te dansen op het podium voor een grote menigte, oude mensen die opleven en samen dansen, of musici die ontroerd raken in een gebedshuis. Het komt allemaal heel dichtbij en maakt de concerten in de stad zo bijzonder.

Er zijn veel mooie momenten geweest, maar ik kijk ook graag vooruit. Neem zo’n jaar als 2020, waar er door corona plotseling bijna niets meer kon. Dat geldt nu nog steeds. Het is voor iedereen een zware periode en toch blijven we positief, creatief en flexibel. We laten ons niet kisten. Met het team doen we het uiterste van wat binnen onze mogelijkheden ligt. Zo staan we erin. Op naar de zomer met hopelijk letterlijk en figuurlijk meer speelruimte dan afgelopen jaar.”

Mijke Loeven (sinds 2013)

“Als voormalig directeur kijk ik terug op een zeer gelukkige periode. Ik had een geweldig team waar ik veel mee voor elkaar heb gekregen. Samen hebben we met het festival een grote stap vooruit gemaakt en meer vertakkingen in de stad gekregen. Van het bestuur heb ik veel geleerd, het waren wijze en fantastische heren die voor alles openstonden.

Voor het programma hadden we drie lijnen uitgezet: muziek op het podium, een stadsprogramma op straat en een sociaal programma op plekken als de Huizen van de Wijk. Hiermee kregen we een stevige plaats in het Kunstenplan. Ook hebben we eigen producties opgezet, zoals het Jazzschip en Jazzfietsen op Zuid. Onze clubavonden Boogie Ball, een samenwerking met BIRD waar muzikanten van het North Sea Jazz Festival na afloop kwamen jammen, waren altijd stijf uitverkocht.

Door ieders enthousiasme verliepen de voorbereidingen altijd verrassend soepel. En dan kwam dat bijzondere moment, vlak voor aanvang. Dat moment voelde elk jaar als een paardenrace waarbij er een bel klinkt, er een hek opengaat en de paarden keihard de baan op stormen. Van de één op de andere dag was de hele stad door honderden posters, vlaggen en banners geel gekleurd.

Eén van de dingen die me in mijn tijd erg heeft ontroerd is de Rotterdamse Suite, uitgevoerd door het New Rotterdam Jazz Orchestra. Het was geïnspireerd op de Zeeland Suite van pianist Leo Cuypers: een beroemd werk en een icoon in de Nederlandse jazzgeschiedenis. Samen met programmeur Frank van Berkel gaven we Rotterdamse muzikanten de opdracht een stuk te schrijven voor stadsiconen als de Koopgoot, de Markthal en De Hef. Het stuk van bassist Stefan Lievestro in de Pauluskerk was voor mij het hoogtepunt. Tijdens het optreden zaten er daklozen en allerlei vreemde vogels in het publiek, en vrijwilligers brachten bitterballen rond. Het ontroerde de mensen zeer dat er speciaal voor hen muziek werd gemaakt, en dan ook nog door zo’n groot orkest. Het was best gecompliceerde muziek, maar het publiek zat ademloos te luisteren.

Jazz is een kwetsbare muziekvorm, maar in de weken van North Sea Round Town is het overal vertegenwoordigd. Met wilde feestmuziek op straat, bij een geconcentreerd optreden in een concertzaal en alles er tussenin. Een optreden op het station waar je toevallig langs loopt kan net zo aangrijpend zijn als een betaald concert in een mooi uitgelichte zaal. Of je komt tijdens de fietsroute terecht in een Afrikaanse kerk waar een koor zingt, op een plek waarvan je niet eens wist dat ie bestond. Als de locatie bijzonder is komt de muziek op een andere manier binnen.”

Beerend Lenstra (sinds 2008)

“Als organisator ben ik het gewend om de dingen altijd zelf te regelen. In dit geval nam ik het stokje over van Jack Rothuizen en kwam ik in een gespreid bedje terecht. Net als Jack is mijn insteek altijd geweest om het North Sea Jazz Festival in de stad te integreren en welkom te heten. Ik wilde daar van alles bij betrekken: van huiskamers, winkels en de straat, tot het openbaar vervoer en verzorgingstehuizen. Overal moesten mensen met muziek werden geconfronteerd.

Het was een goede zet van Rotterdam om NSJ naar de stad te halen en het meteen professioneel aan te pakken. Door North Sea Round Town eraan te plakken had je een sterk concept. We hadden ook als stad de wind mee: niet alleen omdat NSJ verhuisde van Den haag naar Rotterdam, maar ook omdat de Jazzdag vanuit Amersfoort naar Rotterdam kwam.

North Sea Round Town moest een festival worden voor iedereen. Ook voor mensen die niet gemakkelijk toegang hebben tot livemuziek. De eerste keer dat we concerten programmeerden in verzorgingshuis De Leeuwenhoek op de Kruiskade zal ik nooit vergeten. Het hele bejaardentehuis, inclusief het personeel, was op zondagmiddag aan het dansen op traditionele Surinaamse muziek. 

Een ander onvergetelijk moment was het concert van saxofonist Archie Shepp in LP2. Ik heb in het verleden veel met hem gewerkt, maar door zijn verslaving was dat vaak een hoop gedoe. Dit keer was Archie in uitstekende doen en gaf hij een waanzinnig concert. De bigband van New Cool Collective speelde die avond ook. Er ontstond een dampende sfeer en met zo’n 1.500 bezoekers werd LP2 opeens een prachtige, rokerige jazzclub van formaat.

Ook op straat waren er overal gratis jazzconcerten. Daar ontstonden de mooiste dingen. Ik weet nog goed dat in het eerste jaar van NSJ in Ahoy er een stroomstoring was in de metro. Ook de leden van een band uit New Orleans zaten erin, maar strandden samen met honderden andere mensen op metrostation Rijnhaven. Omdat we lang moesten wachten besloot de band op het station te spelen. De metro reed niet meer verder, dus gingen we te voet naar Ahoy. De band speelde door met een stoet van mensen achter zich aan. Dat was onvergetelijk.”

Jack Rothuizen (sinds 2006, oprichter)

“Het idee voor een fringe festival kwam bij mij op toen besloten werd dat het North Sea Jazz Festival naar Rotterdam zou verhuizen. Het moest in mijn ogen een festival worden voor mensen die niet naar NSJ gingen, maar toch in de stad jazzmuziek konden ontdekken. Verder vond ik dat bezoekers die speciaal voor NSJ naar Rotterdam kwamen een stad moesten aantreffen die jazz uitstraalt. Dat zou de stad gunstig kunnen onderscheiden van andere aantrekkelijke Europese steden waar ook zomerjazzfestivals worden georganiseerd, vaak met dezelfde artiesten als op NSJ. 

Ik besprak het idee, min of meer terloops, tijdens een lunch met Paul van Oort die destijds interim-directeur was bij Waterfront. Paul wees me erop dat er binnen de Rotterdamse Ondernemers Federatie een sectie Podia bestond. Hij nodigde mij uit om mijn idee daar te bespreken en te bezien of een aantal van die podia enthousiast gemaakt kon worden. Het idee werd meteen enthousiast ontvangen. In een mum van tijd had ik zo’n negen podia, waaronder Rotown, Nighttown, LantarenVenster, Het Doelencafé en Dizzy die graag mee wilden doen: een belangrijke eerste stap die vaart in het project bracht. 

Met een uitgewerkt projectplan heb ik vervolgens bij Rotterdam Festivals aangeklopt. Daar maakte directeur Johan Moerman mij erop attent dat er nog een potje restant subsidiegeld bestond. Er was dus geld en serieus enthousiasme bij de podia: twee factoren die ertoe bijdroegen dat het festival meteen en in een serieuze omvang van de grond kon komen. Met als gevolg dat ook sponsoren van NSJ en fondsen het festival serieus namen en financieel hebben bijgedragen.

Toen ging de bal pas echt rollen. Allerlei podia en horecagelegenheden sloten zich aan, inclusief het conservatorium dat jong talent naar voren schoof en een Summerschool startte. Bij de eerste editie hadden we meer dan honderd locaties waar concerten werden gegeven. Niet alleen in het bewuste weekend van NSJ, maar ook in de week ervoor. Uit die tijd heb ik vooral goede herinneringen aan de openingsconcerten. Het was prachtig om steeds weer een bomvolle zaal in LP2 te zien met enthousiaste mensen. Met name het optreden van het Rotterdam Jazz Orchestra met James Carter was een geweldige ervaring.”

Foto Michelle door Maarten Laupman

Foto Aukje door Hielke Grootendorst

Omslagfoto door Maarten Laupman